Praten kan ik niet, maar communiceren… wil ik wel

Het project ‘Praten kan ik niet, maar communiceren… wil ik wel! heeft als doel om kinderen/jongeren met ernstige communicatieve beperkingen in staat te stellen om, met behulp van gespecialiseerde hulpmiddelen, op hun eigen wijze hun communicatieve vaardigheden te ontwikkelen, zodat zij zo optimaal mogelijk kunnen participeren: thuis, op school en in allerlei maatschappelijke contexten.

Aanleiding

De partners in deze projectaanvraag worden in toenemende mate geconfronteerd met personen die voor hun communicatie afhankelijk zijn van communicatie ondersteunende hulpmiddelen (COH) (bijvoorbeeld: spraakcomputer), maar daarover niet beschikken. Sommigen hebben een verkeerd COH gekregen, anderen hebben een COH gekregen dat niet meer past bij de cognitieve en sociale ontwikkeling welke de gebruiker heeft doorgemaakt.

Na toewijzing van een COH vindt slechts een beperkte training in het gebruik ervan plaats. Evaluatie van het gebruik en/of aanpassing van de mogelijkheden horen niet tot de standaardzorg in Nederland. Van grote aantallen kinderen blijft hierdoor de ontwikkeling achter bij hun sociale, intellectuele en communicatieve mogelijkheden.

Wie?

Het project wordt aangestuurd door de Fontys Hogeschool in Eindhoven. Deelnemers aan het project zijn: Heliomare, NVLF, Studenten, Katholieke Universiteit Leuven, OC-Leerstoel, Stichting Milo, Hulpmiddelenleveranciers (KMD, Quovadis, RTD, Care4More), BOSK en Jabbla.

Doelstelling

Kinderen/jongeren met ernstige communicatieve beperkingen in staat stellen om, met behulp van gespecialiseerde hulpmiddelen, op hun eigen wijze hun communicatieve vaardigheden te ntwikkelen, zodat zij zo optimaal mogelijk kunnen participeren: thuis, op school en in allerlei maatschappelijke contexten. Binnen verschillende cohort studies wordt hiertoe de motorische, cognitieve en sociale ontwikkeling die het kind/de jongere met een COH doormaakt, vastgesteld. De ontwikkelingsmijlpalen worden gekoppeld aan een standaardprocedure en een -vragenlijst, waarmee de aard, de ernst en classificatie van de communicatieve beperkingen kan worden bepaald. Zodoende kan het best passende COH uitgezocht en qua bediening, inhoud en weergave aangepast worden.

Een trainingsprogramma voor alle direct betrokkenen, gericht op het efficiënt dagelijks gebruik van het COH wordt ontwikkeld. Dit trainingsprogramma wordt geëvalueerd op effectiviteit wat betreft communicatieve redzaamheid, kwaliteit van leven en geletterdheid. Kennis en vaardigheden voor het kunnen bepalen van het juiste communicatiehulpmiddel worden vertaald naar een onderwijseenheid voor zorgprofessionals (zoals paramedische studenten/paramedici) en leraren speciale onderwijszorg.

Start

Op maandag 27 februari 2012 heeft de kick-off bijeenkomst plaats gevonden van het project.

Beoogde resultaten

Het project levert meerdere producten op, te weten:

a: Een overzicht van de beschikbare COH met de hulpmiddelkenmerken.
b: Een “Technology assessment and development Roadmap” voor het traject van assessment, toewijzing en tenslotte monitoring en aanpassing, c.q. uitbreiding en/of vervanging van het COH. Deze roadmap omvat assessment- en evaluatieprotocollen op basis waarvan de relatie tussen de hulpmiddelkenmerken, de functionaliteiten van de technologie en de ontwikkelingsmogelijkheden en competenties van de gebruiker overzichtelijk kunnen worden weergegeven. De roadmap zal via de website van het expertise centrum Communication Assessment and Technology van Fontys Paramedische Hogeschool (FPH) voor geïnteresseerde professionals te downloaden zijn.
c: Een landelijk beschikbaar protocol voor leveranciers van COH met gevalideerde vragenlijsten voor de toewijzing en evaluatie hiervan.
d: Een onderwijseenheid voor zorgprofessionals (zoals paramedische studenten/paramedici) en leraren speciale onderwijszorg waarin kennis ten aanzien van de keuze en het gebruik van COH overgedragen wordt.
e: Trainingsprogramma’s die door leden van het consortium gegeven kunnen worden aan gebruikers van COH en betrokken professionals (logopedisten, leraren, artsen etc.). De ontwikkelde onderwijsprogramma’s zullen binnen de curricula van de hbo opleidingen worden geïmplementeerd. Samenwerking tussen de hogescholen, de universiteiten en het MKB is hierbij het uitgangspunt. De standaard procedure en vragenlijst worden beschikbaar gesteld via de website van het kenniscentrum van de hogeschool. Ter afsluiting van het project wordt een slotsymposium georganiseerd voor betrokken professionals en studenten.

Steun het Platform EMG en word ook donateur!