Kunnen zeggen wat je wil

Gepubliceerd op: december 2016 - door: Martien Rienstra

Stel, je zit gevangen in een lijf dat niet beweegt zoals jij dat zou willen. Als je een koekje pakt, bewegen meteen ook allerlei andere lichaamsdelen, die helemaal niets met dat pakken te maken hebben, mee. Bovendien spannen je spieren zich zo overdreven aan, dat het absoluut onmogelijk is om überhaupt in de buurt van het koekje te komen. En, tot overmaat van ramp, kan je door al deze oncontroleerbare spanning aan niemand duidelijk maken dat jij graag dat koekje zou willen. Je kan niet praten, je kan niet iets aanwijzen met je handen, je kan geen gebaren maken. En je blikrichting, die nog enigszins stuurbaar is, begrijpen andere mensen lang niet altijd.

Laatst was ik op een  KDC en zag daar het jongetje Mats, ernstig meervoudig beperkt. Wij deden onderzoek naar zijn visuele mogelijkheden.  Al snel bleek dat hij de verschillende kijktaken goed begreep en kon uitvoeren. Soms duurde het even voor hij zijn blik kon richten, maar er was zeker voldoende controle over de spieren van de verfijnde bewegingen die nodig zijn voor het sturen van de blikrichting.

De begeleidster van de groep vertelde dat Mats net een mopperige periode achter de rug had. Niemand begreep wat er mis was, totdat Mats de mogelijkheid kreeg om duidelijk te maken wat hij wilde: op de mat of in de bedbox; pindakaas of smeerworst; bellenmolen of tastgordijn (kettingen in een frame). Met behulp van een doorkijkraam kon hij kijken naar en vervolgens kiezen uit 2 foto’s. Zijn meest basale behoefte “kunnen zeggen wat je wil” werd hierdoor mogelijk gemaakt. En, mogelijk nog veel belangrijker, zijn initiatieven om contact te maken werden serieus genomen. Het mopperen verdween als sneeuw voor de zon.

Steun het Platform EMG en word ook donateur!