Stress

Gepubliceerd op: mei 2014 - door: Martien Rienstra

Ik ben in de woonkamer van een groepje slechtziende/blinde bewoners met een verstandelijke beperking. Iedereen is terug van de dagbesteding en zit op zijn eigen plekje aan de eettafel of in de zithoek. De koffie en thee zijn al op. Anja zal dat vast nog merken. Zij had haar hete koffie in een slok achterovergeslagen. Doordat ik niet bekend was met de drinkgewoonte van Anja, had ik er geen koude melk bij gedaan, en de zwarte koffie gewoon voor haar op tafel gezet. Even brak er lichte paniek bij haar uit, maar dat is weer snel vergeten.

De minuten sukkelen wat voort. Af en toe zegt iemand wat, een ander reageert daar soms op. Anja wordt door haar medebewoners met enige regelmaat tot stilte gemaand als ze haar kreten in herhaling door de woonkamer blijft roepen. Frans Bauer en collega’s zingen gezellig op de achtergrond. De eigen wereld is veelal voldoende interessant om steeds weer naar terug te keren.

Ineens komt er een buurvrouw van een andere woning met een vrij alarmerend bericht: HET ETEN IS ER NIET. Anja krijgt acuut enorme honger: “ik heb honger, ik heb honger”. De anderen: “rustig maar Anja, één keer is genoeg, we hebben het gehoord”. Waarop Anja antwoordt: “ik heb honger, ik heb honger”. Er breekt nu een onrustige periode aan, voor allemaal, maar vooral voor Anja (“ik heb..”). Waar is het eten? Wat is er gebeurd? Hoe moet dat nou? Ik heb honger. Ook lopen er ineens allerlei mensen heen en weer die waarschijnlijk ook iets met dat eten van doen hebben, zelfs voor mij is dat niet helemaal duidelijk. “Ik heb honger”

Na een half uur wordt er dan toch iets meer bekend: het eten is gearriveerd, maar moet nu nog opgewarmd worden. Dat betekent nog een half uur wachten. “Ik heb honger”. Verschillende geuren dringen langzaam door tot de woonkamer.

Uiteindelijk het wachten wordt beloond: Anja krijgt een heerlijk bord met Bami en dat lepelt zij lekker achter elkaar naar binnen. De rust is weer teruggekeerd.

Steun het Platform EMG en word ook donateur!