Taxi?

Gepubliceerd op: december 2013 - door: Ria Mert-Leewis

Ik vind het vervelend om van anderen afhankelijk te zijn, bijvoorbeeld daar waar het gaat om het vervoer van Ali-Shan van en naar de opvang. Hij reist dagelijks met de OV-taxi. Soms wordt hij een paar dagen achter elkaar opgehaald door dezelfde chauffeur en dat is fijn. Zeker als het iemand is die Ali-Shan wat beter kent, een die hem accepteert zoals hij is en die niet schrikt als Ali-Shan begint te gillen of ander onaangepast gedrag vertoont tijdens de rit.

In de jaren dat wij nu gebruik maken van de OV-taxi is er met enige regelmaat iets mis gegaan. Zo is het in het verleden wel eens voorgekomen dat Ali-Shan thuisgebracht werd, waarna mij – op niet mis te verstane wijze – duidelijk werd gemaakt dat mijn zoon zich diende te gedragen tijdens de rit. Zo niet dan zou de desbetreffende chauffeur voortaan weigeren hem ooit nog te vervoeren.

Na zo’n mededeling was ik vaak nog lang van slag, want: hoe kan ik in vredesnaam aan mijn kind duidelijk maken dat hij zich moet gedragen? Dit is niet iets wat je hem zomaar even kunt zeggen. En daarna bij volgende ritten de angst: zal mijn zoon zich gedragen? En: hoe moet hij op de opvang komen als ze hem niet meer willen vervoeren?

Na verloop van tijd ebt dat gevoel weg en neemt het leven zijn gewone gang weer, totdat er weer een incident plaatsvindt.

Aanvankelijk werd Ali-Shan op zogenaamde combiritten gezet. Dat zijn ritten waarbij er ook andere reizigers in de taxi zitten die dan vaak eerst ergens heengebracht moesten worden, voordat Ali-Shan weggebracht kon worden. Ali-Shan had dan een halve wereldreis achter de rug voordat hij bij de opvang aankwam. Hij leek niet goed om te kunnen gaan met die onzekerheid en werd hier met enige regelmaat erg onrustig van tijdens de rit, met vorenstaand benoemd onaangepast gedrag tot gevolg.

Inmiddels hebben we afgesproken dat Ali-Shan als eerste weggebracht wordt bij een combi en dit lijkt prima te werken.

Soms moet Ali-Shan lang wachten voordat de taxi komt en het gebeurt ook wel eens dat de rit van Ali-Shan om onverklaarbare reden uit het systeem verdwenen is. Het enige dat wij dan kunnen doen is wachten op een nieuwe taxi. Ook dit zorgt voor onrust bij Ali-Shan omdat hij niet snapt waarom hij zo lang op de taxi moet wachten. Gelukkig zijn we daar inmiddels al een beetje aan gewend. En natuurlijk helpt een lekker koekje of snoepje ook om de pijn van het wachten iets te verzachten (jaja… troost eten..).

En dan zijn er de gevallen die je niet zo snel vergeet. Laatst werd Ali-Shan opgehaald door een taxi, waarvan de spanbanden (waarmee de rolstoel wordt vastgezet) muurvast in de taxi zaten. Wij stonden bij de taxi te wachten, terwijl de chauffeur uit alle macht probeerde de banden los te rukken. Toen duidelijk was dat dat niet zou gaan lukken, moest de chauffeur concluderen dat hij Ali-Shan niet mee kon nemen en hij deelde mij mee dat hij de centrale zou vragen een andere taxi te sturen. Ik zag de bui al hangen. Ik ken Ali-Shan al langer dan vandaag en als hij klaar is om te gaan, dan wil hij – koste wat het kost – weg. En omdat ik niet aan Ali-Shan uit kon leggen waarom de taxi zonder hem weg reed was het leed niet te overzien: dikke tranen biggelden over zijn wangen en ik kon hem niet terug naar huis rijden, omdat mijn zoon vastbesloten was zich niet weg te laten rijden en dat was ook zo goed als onmogelijk omdat hij de wielen vast hield.

Zo stonden we daar op het midden van de weg. Ik uit alle macht proberend mijn kind te troosten en maar hopen dat we niet al te lang hoefden te wachten op de volgende taxi. Gelukkig duurde het dit keer maar een paar minuten voordat de nieuwe taxi aan kwam rijden en al snel was het verdriet voorbij: zodra de taxibus de straat in kwam rijden, verscheen er een stralende glimlach op het gezicht van mijn zoon.

En dan vandaag, het zoveelste akkefietje. Het is half vijf ’s middags en Ali-Shan is nog niet thuis. Hij had minstens drie kwartier geleden al thuis kunnen zijn. Rond vier uur ging de telefoon: het was de taxicentrale. De taxi zou al voor de deur staan maar er werd niet open gedaan, zei de telefoniste. Ik keek door het raam de straat in: geen taxi te zien en dit gaf ik door aan de telefoniste die daarop contact opnam met de taxichauffeur. “Hij staat toch echt bij u voor de deur, mevrouw”, zei de telefoniste toen ik haar weer aan de lijn kreeg. “Ik zal toch niet gek geworden zijn”, dacht ik en ik zei tegen de dame aan de andere kant van de lijn dat ik wel even voor de deur zou gaan kijken. Tegen beter weten in, dat wel… Toen ik haar verzekerde dat er toch echt geen taxi voor de deur stond, nam ze wederom contact op met de taxichauffeur, die haar ondertussen wist te melden dat hij Ali-Shan niet meer in de taxi kon krijgen. (Dat klonk bekend… eenmaal uit de taxi denkt mijn zoon op de plaats van bestemming te zijn aangekomen, dus niet meer erin!)

De telefoniste stelde voor dat ik naar ze op zoek zou gaan. Ik gaf haar mijn mobiele nummer en ging op pad. Ze zouden bij een hoge flat in de buurt staan. Flats genoeg hier in de buurt, en als een kip zonder kop liep ik ze allemaal af, zonder resultaat. Ik werd nerveuzer en nerveuzer: waar konden ze zijn? Buiten adem van het rennen belde ik de centrale nog maar weer eens op. Ondertussen maakte ik mij grote zorgen: Ali-Shan zou helemaal niets van de situatie snappen, hoe zou ik hem in vredesnaam zometeen aantreffen? Hij zou vast behoorlijk geagiteerd zijn van de situatie, mede gezien het feit dat de chauffeur hem niet meer in de taxi kon krijgen.

Ik kreeg de centrale aan de lijn en legde het verhaal uit aan een andere telefoniste. Zij zette mij in de wacht om nadere informatie op te vragen. Uiteindelijk bleek zij met de centrale van Alkmaar te hebben moeten overleggen en die heeft wederom contact met de chauffeur gezocht, die nu wist te vertellen dat hij helaas bij het verkeerde adres stond. Helemaal in Haarlem Noord. Wat nu? “Ik heb geen rijbewijs en mijn man is aan het werk, hoe krijgen we hem thuis?”, schoot door mijn hoofd. De telefoniste vroeg of ik nog ideeën had over hoe de chauffeur Ali-Shan weer in de taxi zou kunnen krijgen.

“Nee, geen idee, hij snapt er waarschijnlijk helemaal niets van dat hij weer in de taxi moet en dat kun je hem ook met geen mogelijkheid uitleggen, je kunt namelijk niet met hem praten”. Ik opperde om een nieuwe taxi naar hen toe te sturen. Wellicht dat Ali-Shan zich wel in een andere taxi zou laten rijden. Ik vroeg nog of dat misschien een bekende chauffeur zou kunnen zijn, dat zou wellicht nog hebben kunnen helpen, maar ik geloof niet dat dat tot de mogelijkheden behoorde. Wel verzekerde de telefoniste mij dat de chauffeur mijn zoon niet zomaar in zijn eentje achter zou laten. (Dat moest er nog bijkomen..!) Ondertussen kon ik alleen maar wachten op wat er zou komen en bedacht mij dat ik eventueel mijn echtgenoot zou kunnen vragen om even van zijn werk weg te gaan om Ali-Shan op te halen.

En dan, niet veel later gaat de bel. Het blijkt dat het de oorspronkelijke chauffeur toch gelukt is om Ali-Shan weer in de bus te krijgen en naar huis te brengen. Duizenden excuses zijn mijn deel. Maar daar koop ik niet zoveel voor. Ik kan alleen maar hopen dat dit niet nog eens zal gebeuren. Ali-Shan is gelukkig niet al te erg onder de indruk van alles wat hem overkomen is. Gedwee laat hij zich uit de rolstoel helpen en niet veel later zit hij te genieten van de pistachenootjes die al een uur op hem staan te wachten. Zijn thee is inmiddels koud geworden, maar ook dat lijkt hem niet te deren. Ik daarentegen heb nog wel even tijd nodig om bij te komen van dit hachelijke avontuur.

Steun het Platform EMG en word ook donateur!