Een, twee, hupsakee…

Gepubliceerd op: oktober 2013 - door: Martien Rienstra

Het valt niet mee om in beweging te komen als er niets boeiends binnen hand/oogbereik te beleven valt. Als er niet iets te zien is waar je heel graag op af wilt gaan. Je blijft dan liever waar je bent. Wat zou je ook eigenlijk? Je blijft gewoon lekker op je eigen plek.

Voor blinde en ernstig slechtziende kinderen en volwassenen is dit de normale gang van zaken. Zij missen de uitdagende prikkels die maken dat je ergens naar toe wilt. Het blijkt dat 80% van de informatie over de ruimte om ons heen, binnen komt binnen via het visuele kanaal. Als je deze informatie geheel of gedeeltelijk mist, dan blijft er maar weinig input over die je voldoende uitdaagt om wel op pad te gaan. Indien er geen doel wordt ervaren, dan komt het bewegen niet op gang: bewegen is vooral een doelgerichte actie.

Geluid
Geluid is natuurlijk heel leuk om naar te luisteren, maar veel diffuser en ongerichter. Geluid is niet per definitie altijd in de buurt of op bereikbare bewegingsafstand. En bovendien is geluid vaak leuker om naar te luisteren dan om mee te spelen, dus waarom zou je er naar toe gaan?

Tast
Tastprikkels zijn interessant om toevallig tegen te komen, maar dagen niet uit om op zoek te gaan. Als je iets nabij voelt, prikkelt het je om te gaan tasten en frummelen, of ermee te gaan bewegen. Maar een tastprikkel op afstand (buiten je bereikbare wereldje) geeft geen enkele reden om in beweging te komen als je niet of niet goed kunt zien.

MAAR WAT DAN???

Hoe kan je het kind of de volwassene met een verstandelijke en motorische beperking toch uit de tent lokken, al is het maar voor heel even?

Grenzen
Een belangrijke rol is hier weggelegd voor grenzen. Als je voelt dat je omringd bent, dat er tastbare grenzen zijn, dan ga je sneller op onderzoek uit. De grens bakent een veilig gebied af. Dit kan bijvoorbeeld een speelkleed zijn, de bedbox, of een hoekje in de kamer die met behulp van een grote rol afgebakend wordt.

Het is heel leuk als je in/aan/op die tastbare grens af en toe een herkenbaar speeltje op een vaste plek tegenkomt. Wellicht ga je op een gegeven moment op zoek naar dat ene speeltje, en leer je zo de beginselen van het oriënteren in de ruimte.

Herhaling
Heel veel tijd en herhaling is nodig om je een plaatje in je hoofd te vormen van de ruimte om je heen. Wij zien in één oogopslag waar we zijn, maar als je die oogopslag niet kunt inzetten, dan moet je de informatie op een andere manier binnen laten komen. De ruimte wordt afgetast, je onthoudt waar alles staat en hoe het klinkt en ruikt. En dat kost echt veel tijd en herhaling, ook al is de ruimte de bedbox of het speelkleed.

Veiligheid
Tot slot: omdat kinderen/mensen met een visuele beperking geen voorbeelden van bewegen kunnen zien, moeten we het bewegen eerst samen met hun gaan doen. Om zo de lol en de mogelijkheden van bewegen te ervaren. Daarna ga je als begeleider volgen en zorg je dat je in de buurt blijft om veiligheid te bieden. En in de laatste fase gaat het kind/de volwassene alleen op pad.

 

 

Steun het Platform EMG en word ook donateur!