Alertheid en kijkgedrag

Gepubliceerd op: juni 2012 - door: Martien Rienstra

Het is natuurlijk erg prettig als je ogen goed werken! Je ziet dan voldoende scherp zodat je de gezichten om je heen goed kunt herkennen. Je hebt ook voldoende overzicht, dus je ziet je mede bewoners op tijd aankomen zodat je enigszins kunt voorbereiden op wat komen gaat. En de informatie die jouw ogen oppikken wordt voldoende herkent en begrepen door je hersenen. Niks aan de hand zou je zeggen.

Maar laatst werd deze theorie toch weer onderuit gehaald. We zagen tijdens een onderzoek op een kinderdagcentrum Ali, een jongen van 8 jaar. Ali hadden we al eerder gezien, een paar jaar geleden was hij goedziend. Wel keek hij toen kort naar allerlei voorwerpen en mensen in zijn omgeving, maar we konden hem goed testen. Ook in zijn dagelijks functioneren kreeg hij voldoende visuele informatie binnen om adequaat te kunnen reageren en handelen. Na ons vorige onderzoek is de epilepsie bij Ali toegenomen en lukt het maar niet om met behulp van medicatie zijn epileptische activiteit onder controle te krijgen. Voor begeleiders was dit een aanleiding om Ali opnieuw aan te melden voor ons onderzoek, ze wilden graag weten of Ali minder was gaan zien door al die kortsluiting.

Ali is een zeer slechte slaper geworden, dit heeft een grote invloed op zijn alertheid. Welke rol de epileptische activiteit daarbij speelt is bij mij niet bekend. Wel zien wij bij onderzoek een jongen die korte momenten helder en adequaat reageert op het testmateriaal. Hij maakt dan contact, kijkt je aan en er is interactie. Na 30 tot 40 seconden is dit heldere moment voorbij. Hij lijkt zich in zichzelf terug te keren, kan nog gerust dingen pakken, lopen door de ruimte, maar er is geen interactie meer, en hij reageert niet op het testmateriaal.

Bij voldoende alerte momenten zal hij uiteindelijk een heel eind komen bij het bepalen van zijn visuele mogelijkheden. De vraag is echter wel wat hij in het dagelijks leven binnen krijgt aan informatie bij de overheersende periodes met verlaagde alertheid. Wat ziet hij, wat begrijpt hij en wat herkent hij als hij zo in zichzelf gekeerd is? Hoeveel gebruik maakt hij van zijn visuele mogelijkheden in deze toestand?

Voor ons blijkt maar weer eens te meer hoe alles met elkaar verbonden is bij deze groep mensen met een ernstige meervoudige beperking. De basale voorwaarden zoals alertheid, pijn, honger, dorst zijn bepalend voor het kunnen gebruiken van de zintuigen. Pas als aan die voorwaarden is voldaan kan kijken een rol gaan spelen.

Steun het Platform EMG en word ook donateur!