Knuffelen

Gepubliceerd op: januari 2012 - door: Linda Bruins Slot

Ze was eigenlijk heel vies.

De meeste tijd bracht het toch al kleine vrouwtje door op de grond,  al schuivend op haar billen. Aan de arm van de begeleider kon ze nog wat wankele stapjes zetten. Gelukkig was er een wagen, voor de langere afstanden. In  haar eentje trok ze zichzelf soms van stoelleuning naar stoelleuning. Maar het liefste ontweek ze deze moeite, en liet ze zich zakken.

En daar, op de grond, kwam ze van alles tegen.  Een deel daarvan bleef aan haar broek hangen. Het deel dat ze miste, veegde ze met haar handje alsnog op, om het vervolgens in haar mond te steken. En vervolgens ging ze op zoek naar iemand bij wie ze op schoot kon zitten, en bij wie ze haar handen door het haar en over het gezicht kon laten glijden. Of in de koffiebeker, of het etensbord.

Haar geroep was het eerste dat we hoorden als we de groep op liepen om 7 uur. Soms liepen we voor haar weg, zoals je bij een dreumes wegloopt die eens moet leren zelf te spelen. Omdat je even iets anders aan het doen bent, en je geen blok aan je been kunt gebruiken. Maar waar je ook was, altijd hoorde je na een tijdje haar geluid, het geschuif, en haar vieze  handen om je been, en even later om je middel. Haar grote, immer snotterige neus veegde ze af aan je broek. Daarom ging het hekje van de keuken soms dicht, of werd ze in de wagen gezet. Even rust…

Het vrouwtje, met haar ook al te grote en rode gezicht, was meelijwekkend. Maar haar voorkomen en gedrag riepen vooral gevoelens van afkeer op. Hoe zeer we ook professionals waren, en hoe goed we ook wisten dat ze er niets aan kon doen. Ze was soms echt te vies om aan te pakken. De opdracht tot aandacht geven en fysiek contact, die ongeschreven geldt voor iedere cliënt, ging bij haar niet vanzelf. Sterker nog, het kwam hevig onder druk te staan.

En zo stond in haar zorgplan het volgende zorgdoel: ´C. wordt geknuffeld´. Voor een buitenstaander een belachelijk, misschien zelfs schandalig doel. Voor de groepsleiding een serieuze opdracht. De voorwaarden moesten er voor worden geschapen. Allereerst werden haar handen vaker gewassen, haar neus vaker geveegd en de vloer vaker gedweild. Bij klusjes in keuken of washok mocht ze mee, soms helpen, soms kijken. En vervolgens werden momenten van knuffelen en spelen gecreëerd.

Ik heb een hart voor alle mensen die ernstig beperkt en afhankelijk zijn. Maar mijn hart breekt bij velen van hen, die ook nog eens een zeer lage aaibaarheidsfactor hebben. Zelfs een baby vraagt aandacht door een vertederende lach, en krijgt daarvoor een lach terug. En een knuffel. En zo groeit het contact. En zo groeit een mens.

Het vieze, lelijke, maar vaak ook vrolijke vrouwtje, heeft een hart dat naar me lacht. En mijn hart lacht terug. En zegt mijn lijf om mee te doen. Omdat ze het waard is!

Steun het Platform EMG en word ook donateur!