Vliegangst

Gepubliceerd op: maart 2010 - door: Renée Kolijn

Mijn moeder heeft eigenlijk last van vliegangst maar toch wilde ze met mij vliegen. Ze moest natuurlijk van alles regelen want ze kan mij niet én uit de stoel tillen én tegelijkertijd mijn kuip in het vliegtuig zetten én het onderstel opvouwen. Dus vroeg ze medische begeleiding aan, want dat had de KLM geadviseerd. Mijn huisarts moest allerlei ingewikkelde vragen beantwoorden die helemaal niet van toepassing zijn op mij. Ik moest alleen maar getild worden.

Aangezien ik niet zelf kan zitten moest mijn kuipstoel mee in het vliegtuig. Zo werd ik vroeger ook in de auto vervoerd. De KLM wilde weten hoe breed mijn stoel was en toen mijn moeder gokte op zo’n 50 cm zeiden ze daar dat ik dan twee tickets moest kopen. Dat vonden ze thuis een beetje te gek worden, want het was al een dure vliegreis. Nou, zei mijn moeder, Als we de leuningen eraf halen is de stoel 45 cm. Dat was goed.

Ik had eerst twee heerlijke weken in Frankrijk. We waren met de auto naar ons vaste vakantie-adres in Frankrijk gegaan en omdat mijn broertjes graag kastelen wilden bezoeken zou ik de derde vakantieweek gaan logeren. Op zaterdagochtend vertrok ik met mijn moeder naar het vliegveld Charles de Gaulle. Dat was precies aan de andere kant van Parijs, maar de KLM vliegt niet op Orly, wat dichter bij ons vakantieadres is. Gelukkig hadden we met z’n allen al een proefritje gemaakt want mijn moeder verdwaalt nogal eens. De reis naar het vliegveld ging prima en we zagen de oneindige skyline van Parijs. Wat een grote stad is dat, zeg. Eenmaal op het terrein van het vliegveld hoorde ik mijn moeder opgelucht adem halen. Maar toen gingen we rondjes rijden. Ik zag wel drie keer dezelfde gebouwen. Ze wist blijkbaar niet waar ze heen moest. De parkeerplaats was vol en toen reed ze naar een soort voetbalstadion, maar dat bleek een vertrekhal te zijn. Ik werd het wel een beetje beu en kreeg gelukkig eerst een fles pap. Het was ontzettend warm in de auto. Ik werd uit de auto gereden en kwam in een hele grote hal met massa’s mensen. Mijn moeder zocht naar de KLM balie maar die was er niet. Toen keek ze op de monitor waar onze vlucht zou vertrekken maar onze vlucht stond er niet op. We waren dus verkeerd. Ze ging het vragen bij de informatiebalie maar dat Frans kon ik niet verstaan. Een mevrouw achter de balie telefoneerde en toen was mijn moeder ineens heel verontwaardigd want de auto bleek te hoog te zijn voor de parkeergarage. Ik werd weer door de menigte gereden naar een andere balie. De madame daar bleek te weten waar we naar toe moesten en ze zei, oui oui, u kunt daar parkeren.

Daar gingen we weer met de auto. Weer rondjes rijden want blijkbaar kon ze het nog steeds niet vinden. We kwamen bij een ander voetbalstadion en er liepen nogal wat politie-agenten rond. Toch parkeerde mijn moeder de auto gewoon vlak voor de ingang op een invalidenparkeerplaats. We gingen weer een grote hal met mensen binnen en daar was gelukkig de KLM-balie. Maar daar wisten ze ook niet wat we met die auto moesten. Mijn moeder bleef maar praten met de security agent die ging overleggen met zijn collega en belde waar de begeleiding bleef. Die zou zo komen, zeiden ze. Mijn moeder werd een beetje paniekerig want we hadden niet zo heel veel tijd meer. Toen werd ik achtergelaten bij de collega security, die rondjes met me ging rijden. Mijn moeder ging met die andere monsieur mee om de auto op de personeelsparkeerplaats te parkeren. Ze moest dan de volgende dag maar wachten tot er iemand weg zou gaan en er snel achteraan rijden. Nou ja, dat was mijn probleem niet. Ik vond het wel leuk, al die mensen om me heen. Na drie kwartier kwamen ze eindelijk terug, de auto was toch op lang parkeren geparkeerd en ze hadden op de bus moeten wachten. Als ik mijn moeder zie ben ik altijd heel blij maar weet dan niet of ik moet lachen of huilen. Meestal ga ik eerst lachen en dan huilen. Ze denkt dat ik dan honger heb maar ik wilde helemaal niet eten.

Er kwam een hele forse meneer aan met een rolstoel. Moest ik daar in zitten? Gelukkig, ik mocht in mijn eigen stoel blijven zitten. We konden nu eindelijk naar de douane, de aardige monsieur van het parkeren ging ook mee. Die had verder toch niet veel te doen. Bij de douane moesten we wachten want eigenlijk moest mijn stoel onderzocht worden op smokkelwaar. Ik zag er blijkbaar onschuldig uit want dat hoefde niet maar mijn moeder was zo dom om bij de douane mijn knuffelkikker, waar minstens vijf ons heroïne in kan, in de tas te stoppen. Dat hadden de douaniers gelukkig niet in de gaten en nu liepen er vier mannen met ons mee naar het vliegtuig. Daar stonden nog meer mensen die zich er allemaal mee gingen bemoeien hoe ik met mijn kuipstoel in het vliegtuig geïnstalleerd moest worden. De aardige security kreeg nog op z’n kop omdat hij ons geen instapkaart had gegeven. Als het vliegtuig neer was gestort zouden ze ons nooit meer hebben kunnen traceren. In het vliegtuig vond ik het wel interessant maar toen er allemaal mensen binnen kwamen werd ik toch wel pieperig. Daar begon mijn moeder weer met eten, drinken, druppeltjes om me kalm te houden. Ik wilde niets en toen we eenmaal opstegen keek ik mijn ogen uit. Mijn moeder was af en toe wat nerveus maar ik vond het helemaal te gek als we door luchtzakken gingen. Ik zat bij het raampje en kon de kustlijn zien, volgens mijn moeder konden we zien waar mijn tante woont maar dat geloofde ik niet. Van de purser kreeg ik een knuffeldiertje en mijn moeder een bonbon. Het landen vond ik ook weer leuk maar we moesten wel lang wachten voor we het vliegtuig uit mochten. Met weer een heleboel mensen werd ik in mijn rolstoel geïnstalleerd en toen konden we naar de uitgang.

Wat een menigte mensen, waar was mijn spandoek nou. Het leek wel de ontvangst van een voetbalelftal. O jee, Renée, zei mijn moeder, hoe vinden we Paul en Monique nu? Had ze alles geregeld maar niet afgesproken waar we elkaar zouden ontmoeten. Maar ik zag Monique al lopen hoor, we botsten bijna tegen elkaar op. Ik geloof dat mijn moeder ook wel erg blij was weer een vertrouwd gezicht te zien na al die aardige en hulpvaardige Fransen. Toen ik Paul zag ging ik uit mijn bol. We gingen nog even naar een coffeeshop waar zij koffie dronken en ik een danoontje kreeg. Ja, nu moesten we toch afscheid nemen, maar daar had ik niet zo’n moeite mee. Mijn moeder zou de volgende dag weer terug vliegen en ik hoorde later dat ze toch nog helemaal verdwaald is bij Parijs. Mijn broertjes hebben in Frankrijk wel drie kastelen bekeken, daar vind ik niet veel aan want met mijn stoel kan ik toch nooit naar binnen. Volgend jaar wil ik best weer vliegen.

Renée Kolijn

Steun het Platform EMG en word ook donateur!