Poep

Gepubliceerd op: maart 2010 - door: Renée Kolijn

Soms eet ik héél goed, soms eet ik weinig. Iedereen maakt zich dan zorgen. Ik moest dus maar eens naar de kinderarts. Het zou wel eens zo kunnen zijn dat mijn maagklep niet goed functioneert. Daar is namelijk net een onderzoek over gepubliceerd. Spastische kinderen hebben vaak problemen met hun maagklep. Nou, zelf heb ik in mijn hele leven één keer gespuugd, nota bene van borstvoeding. Mijn moeder kon niet goed voelen of ik goed gedronken had en gaf mij na een uur alweer de borst. Ja zeg, borstvoeding is heel lekker maar niet te vaak. Ik spuugde alles weer uit.

Op naar de kinderarts in Amersfoort. Een heel aardige man die mij persoonlijk begroette en gekke geluiden maakte. Dat maak ik niet vaak mee in een ziekenhuis want meestal besteden die witte jassen geen aandacht aan mij en praten ze met mijn ouders. Ik vond het wel grappig. Zonder problemen was ik door de schuifdeuren gekomen. Vroeger had ik zo ongeveer een fobie van schuifdeuren want elke keer als we daar doorheen gingen zat er weer iemand aan me. Inmiddels weet ik ook niet meer of we nou de gezondheidszorg betreden of een supermarkt na die zoevende deuren.

We werden in een kamertje gebracht waar een wel heel jonge dokter, die eigenlijk nog studeerde, allemaal moeilijke vragen ging stellen. Ik had al die antwoorden al zo vaak gehoord dat ik maar wat om me heen ging kijken.  Natuurlijk moest deze witte jas naar mijn binnenste luisteren, in mijn keel en oren kijken en in mijn hals voelen. Alles bleek in orde.

Eindelijk kwam die aardige dokter. Hij maakte gekke geluiden en begon vervolgens ook weer allerlei vragen te stellen. Dit keer ging het over mijn luierinhoud. Die wisselt namelijk nogal eens. Als ik geen trek in eten heb, poep ik uiteraard ook minder. Logisch toch? Deze arts bleek gespecialiseerd te zijn in poep. Hij praatte ook echt over poep in plaats van fecaliën of ontlasting. Dat maagklepje, daar had hij zijn twijfels over. Mijn moeder zuchtte opgelucht. Om nou eens te bekijken hoe het met die poep zat, moest ik zes dagen lang metalen ringetjes slikken. Steeds twaalf stuks. Ik vond dat wel een goed idee want ik slik tegenwoordig alle medicijnen zó door. Niks darmonderzoek met enge substanties.

De ringetjes gingen er met de pap in als pap. Op een lijst moest nu bijgehouden worden of ik boerenkool, yoghurt of water poepte. Raar hoor want het is helemaal geen weer voor boerenkool en water drink ik al beslist niet. Na zes dagen gingen we weer door de schuifdeuren en werd er een röntgenfoto gemaakt. Mijn moeder kreeg de foto meteen mee en in de wachtkamer zat ze de ringetjes te tellen. Van de 72 zaten er volgens haar nog zo’n 54 in. Dat was dus niet best. De kinderarts telde er maar 52 dus misschien zitten er wel hele rare dingen in mijn darmen. Op de röntgenfoto waren ook zwarte vlekken te zien. Nou, dat was volgens hem dus poep. Dat moest er allemaal uit. Hij stelde voor om een week lang elke dag iets in mijn darmen te spuiten zodat al die poep eruit zou komen. Gelukkig had mijn moeder een proefwerkweek in het vooruitzicht zodat ze elke middag naar het ziekenhuis zou kunnen.

Als mijn moeder op de groep komt, vertrouw ik het meestal niet. Wanneer ze mij komt halen, moeten we naar de dokter, de tandarts, het ziekenhuis. Ik ging braaf mee en we werden ontvangen op de dagbehandeling. Daar moest ik op een bed liggen en een zuster begon een klysma in te spuiten. Ik vond het tijd worden mijn stem maar eens te laten horen. Gelukkig hoefde ik niet op het bed te blijven liggen en kon ik weer in mijn stoel. We moesten wachten dus mijn moeder ging met mij wandelen. Veel valt er in het Amersfoortse ziekenhuis niet te zien. Toen mijn luier vol was werd ik weer verschoond en mochten we naar huis.

De volgende dagen herhaalde het ritueel zich. Mijn moeder dacht mij te foppen door steeds een andere route te nemen maar ik had uiteindelijk wel door waar we heen gingen. Alleen de klysma’s vond ik vervelend, maar verder was het wel gezellig, zo’n weekje. Mijn broers gingen ook nog een keer mee en die vermaakten zich in de speelkamer. Op de laatste dag moesten we weer bij de kinderarts langs. In de wachtkamer, waar ik weer heen en weer gereden werd, noemde ineens iemand mijn naam. Nou ja, een oude juf van de Blauwe Vogel met haar dochtertje. Eindelijk had mijn moeder iemand om mee te kletsen. Nu hoefde ze tenminste niet meer tegen mij aan te praten. Ik moest natuurlijk iedereen de groeten doen maar ik ben haar naam weer vergeten.

De kinderarts constateerde dat mijn darmen nog steeds niet leeg waren. We moesten thuis maar verder gaan met klysma’s. Zo krijg ik nu elke ochtend zo’n spuit tussen mijn billen en daarmee zorg ik voor leuke verrassingen. In het Logeerhuis staan ze iets later op dan thuis en dan komt al die smurrie (boerenkool dus) er in de bus uit. Dat is een keer flink mis gegaan want op de Blauwe Vogel ontdekten ze ’s middags pas dat ik had gepoept. Doordat ik klem zit in een zitorthese ruik je eigenlijk niets. Ja, als je die luier eenmaal open doet, dan val je bijna flauw. Ik had die dag toevallig mooie kleren aan en die miste mijn moeder bij het uitpakken van de koffer, na het logeren. Pas op maandagochtend kwam ze erachter dat die besmeurde kleren in mijn rugzak zaten. Getverderrie.

Mijn moeder heeft nu een leuk contact met de kinderarts. Ze praten alleen maar over poep. Ik vind het maar raar hoor, maar moet er ook wel om lachen. Toen Monique terugkwam van vakantie had ik voor haar natuurlijk ook meteen een verrassing. Ze wilde lekker pronken met haar door de zon gebruinde huid en meende zelfs dat ze bruiner was dan Ornella maar ik won.

Renée

Steun het Platform EMG en word ook donateur!