Passie

Gepubliceerd op: september 2009 - door: Linda Bruins Slot

Hij was mijn eerste liefde. Professioneel gezien dan. ’t Was net als in een bouqettereeks: aantrekken en afstoten. ‘Nooit zullen we elkaar naderen’. Maar toch trok hij mijn aandacht.

Koud uit de geleerde schoolbanken: 2 dagen per week individueel, in een kleine, prikkelarme kamer. Hij kon niet verder dan bank en rolstoel, zag niets, en door de heftige toevallen werd enige ontwikkeling telkens in de kiem gesmoord. Deze meervoudige beperkingen maakten hem ‘gedragsmoeilijk’.  Zo kon ik leren ‘hoe het is in het veld’.

Nou, ik heb het geleerd!

Na 1 zin van mijn kant rees hij een eindje op van zijn bank. Terwijl ik dacht dat dat een toenadering was, en mij gezellig naar hem overboog met een nieuwe zin op de lippen, duwde mijn collega mij subtiel naar achteren en zei op kalmerende toon – en niet echt tegen mij – ‘dat dit wel goed was zo’. Nog even een waakzaam luisterende blik, en dan langzaam terugzakken. De afweer had ook anders kunnen worden geuit, zo sprak het eelt op zijn voorhoofd en handen.

Iets beter ingelezen zat ik op de eerste dag tevergeefs mijn kunstje te doen: ik was even onvoorspelbaar voor hem als hij voor mij. Hoewel hij mij niet kon zien, voelde ik een röntgenblik recht in mijn wild kloppende hart. De spanning nam toe en deed ons beiden geen goed. Hij rees op, mijn zachte stem zei trillend ´dat het wel goed was´, hij rees verder op… De zorgrelatie was ver te zoeken, het leek meer een jacht, met mijzelf als angstige prooi. Maar híj was degene die angstig was, en hij had  geen andere mogelijkheid om dat te uiten. Het vertrouwen dat hij van een ander nodig had, kreeg hij niet.

Toen ik mijn positie ging innemen en de zijne erkende, en hij mijn stamelende handelen ging herkennen, en toen de tijd ook eindelijk zijn werk ging doen, tóen klonk voor het eerst af en toe het tevreden ‘ga’. Tóen trommelde zijn vinger steeds vaker alert ontspannen op zijn buik en op de muur. Toen was ‘omhoog komen’ niet altijd paniek, maar steeds vaker een reageren, bijv. op de vraag of hij ook zin had om te wandelen!

In die soms verhitte kamer is het ijs langzaam afgebrokkeld en met vuur een unieke band gesmeed. Daar heb ik geleerd te luisteren, echt te zijn en rust te geven aan gevangen zielen. Met of zonder eelt. Maar met vuur.

En toen doofde hij uit, gleed geruisloos weg. Uiteindelijk in een allesverpletterende kortsluiting. Hij lag nog net zoals ik hem had ondergestopt, zijn vingers nog in de ontspannen ‘tikken tegen de muur stand’.

Daar was de rust die hij hier maar zo moeizaam vond.

Linda Bruins Slot

 

Steun het Platform EMG en word ook donateur!