Het hulpmiddel zat in de weg

Gepubliceerd op: september 2008 - door: Leendert van Dam

Arend is een jonge man van een jaar of vijftien. Hij bezoekt overdag een dagcentrum waar met hem allerlei activiteiten ondernomen worden. Arend is visueel beperkt: hij ziet alleen aan de randen van zijn gezichtsveld. Bovendien heeft hij een gehoorbeperking, waardoor hij veel moeite heeft met harde, hoge geluiden.

Hij kan zich verplaatsen in een rolstoel, die helemaal op zijn lichaam is aangepast. Zo heeft hij een grote hoofdsteun om hem te helpen zijn hoofd op zijn plaats te houden.

Het probleem met Arend is dat hij zo vaak zo moe is. Hij is nog maar even op het dagcentrum of hij valt in slaap. Soms slaapt hij al in de bus. Bij bepaalde activiteiten wordt hij heel druk. Hij gaat bewegen en slaat kreten uit. Dat is vooral zo als één van de begeleidsters hem mee neemt naar de volière die vlakbij het dagcentrum staat. Zelfs als ze deze op een wandeling maar naderen, hoor je Arend al.

In het dagcentrum werd het onderwerp ‘communicatie’ voor een jaar centraal gesteld. Deskundigen van buiten kwamen kijken. Arend, één van degenen over wie de begeleidsters de meeste vragen hadden, werd ook bekeken. Tot verbazing van alle betrokkenen kwam één van de deskundigen met het idee, dat Arend niet, zoals men dacht, te veel prikkels kreeg. Arend kreeg juist te weinig prikkels.
De grote hoofdsteun beperkte zijn blikveld dusdanig dat hij bijna niets kon zien. Als je dan na een busrit een tijdje staat, val je vanzelf in slaap. Kom je daarentegen in een omgeving met harde, schelle geluiden dan raak je in paniek. Je raakt alle overzicht kwijt.

De hoofdsteun werd weg gehaald en als een wonder bleek Arend opeens een stuk actiever. Hij keek om zich heen en was betrokken bij wat er gebeurde in zijn omgeving.
Voor jongens als Arend is het van levensbelang dat alle disciplines met elkaar samen werken en oog hebben voor zijn mogelijkheden en beperkingen.

Leendert van Dam

Steun het Platform EMG en word ook donateur!