Voorkomen en vóórkomen van gedragsproblemen bij personen met (Z)EVMB

Over probleemgedrag bij personen met (zeer) ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen (ZEVMB) is weinig bekend. Dit is opmerkelijk omdat bij deze categorie personen veel factoren aanwezig zijn die in de literatuur in verband worden gebracht met het ontstaan van gedragsproblemen, bijvoorbeeld de mate van de verstandelijke beperking (hoe ernstiger, hoe groter de kans), de aanwezigheid van motorische en/of sensorische problemen, epilepsie, pijn, communicatieve tekorten en psychiatrische problemen. Daarnaast worden gedragsproblemen beschreven bij syndromen die voorkomen bij personen met (zeer) ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen, zoals het syndroom van Rett en het syndroom van Cornelia de Lange.

In de praktijk wordt probleemgedrag bij deze doelgroep gesignaleerd zonder dat altijd duidelijk is wat de aard, ernst en frequentie ervan is. Mogelijk is er sprake van onderdiagnostiek omdat probleemgedrag niet altijd als zodanig herkend en erkend wordt. Daarnaast zijn interventies en de effecten daarvan bij deze doelgroep niet of nauwelijks beschreven in de literatuur en is niet duidelijk in hoeverre omgevingsfactoren als staff-client ratio, opleidingsniveau van begeleiders en mate van activering én persoonsfactoren zoals leeftijd, etiologie en bijkomende gezondheidsproblemen en zintuiglijke problemen van invloed zijn op het ontstaan of in stand houden van probleemgedrag.

Dat is problematisch omdat de aanwezigheid van probleemgedrag van grote invloed is op het vermogen van personen om relaties aan te gaan en zich te ontwikkelen en direct van invloed is op de kwaliteit van bestaan voor personen met (zeer) ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen.

Doel
Het doel van het voorliggende onderzoek is het in kaart brengen van de prevalentie, frequentie, ernst, aard en achtergrond van probleemgedrag bij volwassenen en kinderen met (zeer) ernstige verstandelijke en meervoudige beperkingen en het ontwikkelen van een interventie ter signalering, voorkoming of vermindering van gedragsproblemen bij deze groep personen.

Planning
Het onderzoek is gestart in 2009 en zal vier tot vijf jaar in beslag nemen.

Betrokken onderzoekers
Drs Petra Poppes, Dr Annette van der Putten, Prof. dr Carla Vlaskamp en Masterstudenten orthopepdagogiek, Rijksuniversiteit Groningen.

Betrokken Praktijkpartners

  • ’s Heerenloo, Amersfoort
  • Kinderdagcentrum Omega, Amsterdam
  • Syndion, Gorichem
  • Zozijn (Festog), Wilp
  • Fatima, Nieuw Wehl
  • Maeykehiem, Sint Nicolaasga
  • ASVZ, Sliedrecht
  • Frion , Zwolle

Kijk op de website van Rijksuniversiteit Groningen voor meer informatie.

Deel deze informatie viaShare on LinkedInTweet about this on TwitterShare on FacebookShare on Google+Email this to someonePrint this page

Steun het Platform EMG en word ook donateur!